Instellingen

CNC-Bedrijfsstandaard

Iedere CNC die u gebruikt moet in LogiKal zijn ingegeven.

Klik in het menu van projectcentrum op “ CNC-Databank” en selecteer “CNC-Bedrijfsstandaard”.

NLCNC001

NLCNC002

Klik op icoon “nieuwe ingave” om een nieuwe CNC aan te leggen.

Tip: Als u staal en aluminium series op uw machine bewerkt dient u 2 verschillende machines aan te leggen om niet elke keer het gereedschap in LogiKal te activeren dan wel te deactiveren.

NLCNC003

Geef de omschrijving en machine-type aan.

Afhankelijk van het type machine kunt u verschillende waarden in het volgende scherm ingeven.

Onder tabblad “Algemeen” bepaalt u met welke bestanden het programma kan communiceren met de machine.

NLCNC004

Onder tabblad  “Uit te voeren bewerkingen” geeft u aan welke bewerkingen er uitgevoerd moeten worden.

NLCNC005

Onder “Technische Informatie” bepaalt u de automatische correcties voor de machine.

NLCNC006

Vanwege technische mogelijkheden en beperkingen van de koppeling kan niet elk item voor iedere machine geselecteerd worden.

In het tabblad “standaard bewerkingen” geeft u de maatvoering van de standaard bewerkingen aan.

Dit item maakt het makkelijker voor u om later deze standaards te programmeren.

NLCNC007

Om ervoor te zorgen dat uw machine de maatvoering van het te bewerken profiel herkent, moet u zowel de zogenaamde DXF-bestanden, als ook de zogenaamde profielparameters aan uw machine doorgeven.

Klik hiervoor op bestandmenu “CNC-Databank” en selecteer “CNC-Bedrijfsstandaard”.

Klik met de rechtermuisknop op de machine en selecteer onder “Export” het item “Profieltekeningen”.

NLCNC008

Het volgende scherm opent zich.

Bepaal uw instellingen en klik op “Exporteren”.

NLCNC009

Gereedschap

Om een automatische gereedschapstoewijzing in LogiKal aan te maken is het noodzakelijk om de beschikbare gereedschappen aan te geven.

NLCNC010

Klik in het scherm CNC-bedrijfsstandaard op het symbool “Gereedschappen weergeven”. Een nieuw scherm opent zich:

NLCNC011

Om nieuw gereedschap handmatig aan te leggen, klikt u op de knop “Toevoegen”.

In de machines van Elumatec of Emmegi is een gereedschap import mogelijk.

Wanneer u de gereedschaptoewijzing niet door LogiKal laat uitvoeren, is een ingave van de gereedschappen niet noodzakelijk. Aangezien in LogiKal een automatisch botsingsproef  is geïntegreerd, is het zinvol de gereedschapstoewijzing hier uit te voeren.

Opmerking:

Bij gebruik van een Schüco-machine is een gereedschapstoewijzing door LogiKal niet mogelijk. Daarom is dit scherm niet beschikbaar bij Schüco-machines.

Opspanposities

Om een profiel te bewerken, moet de locatie van het profiel worden gedefinieerd in uw machine. Klik in Projectcentrum op bestandmenu “CNC-databank” en selecteer “Opspanpositie”.

Selecteer de profielfabrikant.

Het overzicht van de opspanposities opent zich. Selecteer aan de linkerzijde het betreffende profiel en activeer aan de rechterzijde de opspanpositie

De reeds geactiveerde opspanpositie wordt zwart weergegeven en de inactieve opspanpositie wordt grijs weergegeven.

Bij de geactiveerde profielen kunt u de verschuiving, klemkoppositie en- rotatie bepalen.

De opspanposities  dient u een keer vast te leggen en kunnen op andere CNC overgedragen worden.