Bewerkingsgroepen

Om basisbewerkingen in de verschillende toepassingsmogelijkheden te gebruiken moet u deze eerst in groepen samenvatten. In het hoofdscherm gaat u via “CNC-Databank” naar “Groepen” .

NLCNCGruppen001

Selecteer de gewenste serie.

In deze lijst vindt u alle reeds aangelegde bewerkingsgroepen. Om een bestaande groep te veranderen selecteert u deze en bevestig met Enter of OK.

NLCNCGruppen002

Nieuwe groepen voegt u in door te klikken op  “Toevoegen”.

NLCNCGruppen003

Geef een naam en subnaam in, geef de serie in waarin deze groep gebruikt kan worden en selecteer als laatste het type van de nieuwe groep.

Het ingeven van een subnaam is alleen noodzakelijk als u meerdere groepen aanlegt. Dit is zinvol als bijvoorbeeld dezelfde sluitplaat leidt tot verschillende bewerkingen naargelang het wordt toegepast op een vlak kozijn of een kozijn met aanslagprofiel. De subnaam dient daartoe dat u verschillende groepen met gelijke namen toch kunt onderscheiden. Bij latere selectie in de beslagmacro’s, de technische profielgegevens of de elementingave hoeft u de subnamen niet te gebruiken. U kiest eenvoudig de naam van de groep en het programma gaat na of er in een van de groepen het ingegeven profiel met de huidige positie overeenkomt. In geval van overeenstemming wordt de groep toegepast.

NLCNCGruppen004

Geef in profiellijsten het profiel in, waarop de gewenste bewerkingen kunnen worden uitgevoerd. In die bewerkingslijsten geeft u de bewerking in. In DX kunt u nog steeds een verschuiving ingeven. De voorwaarden hebben, afhankelijk van de bewerkingstype, een andere betekenis.

Houd er rekening mee dat de macro alleen wordt gebruikt wanneer de profieltoewijzing de werkelijke resultaten in de ingegeven positie overeenkomen. De enige uitzondering: Als van de ene kant (“Kozijntoewijzing” of “Vleugeltoewijzing”) nooit een profiel is ingegeven, dan maakt het niet uit welk profiel er geselecteerd is. Op deze zijde kunnen geen bewerkingen ingegeven worden.